De evolutie van het IQ

Rond de tweede helft van de 19e eeuw is men voor het eerst begonnen met het meten van het IQ. Dit werd destijds nog niet gedaan met de hedendaagse tests, maar de reactiesnelheid op prikkels van de zintuigen werd gemeten. Later zou blijken dat een dergelijke test volkomen los staat van het IQ.

Alfred Binet is een van de grote namen in de geschiedenis van het IQ. Hij bedacht dat het IQ van de mens wel eens bepaald kon worden door de grootte van de hersenen. De verschillen in grootte van de hersenen tussen hoogbegaafden en minderbegaafden, waren zo minimaal dat deze theorie niet bewezen kon worden.

Daarna kwam Binet met een andere thesis. Hij deelde alle kinderen op in diverse leeftijdsklassen. Kon een kind 90% van de gestelde vragen juist beantwoorden, dan was vastgesteld dat het goed zat met de intelligentie van het kind. Doordat hij wilde weten hoever het kind voorliep of achterliep op anderen, ontstond er een instrument en zo is het begrip geestelijke gezondheid ontstaan.

De allereerste echte IQ test is in 1905 voor het eerst gebruikt. Met de loop der jaren zijn de tests steeds moderner gemaakt. Het gebruik van IQ-tests in sollicitatieprocedures is momenteel in opmars. Toch is het geen gebruik van de laatste tijd. Zelfs in de Eerste Wereldoorlog werden de IQ-tests al bij werving en selectie gebruikt. Voor het Amerikaanse leger moesten veel mensen gerekruteerd worden. Voor deze selectie werd ook naar de intelligentie van de aspirant rekruten gekeken. Voor deze manier van selecteren had men de Army Alfa en de Army Béta test ontwikkeld waarbij rekruten groepsgewijs getest werden. Pas toen David Wechsler de Wechsler Adult Intelligence Scale op de markt bracht in 1939, werden volwassenen voor het eerst individueel getest. En in 1949 had Wechsler een nieuwe IQ-test voor kinderen ontwikkeld, de Wechsler Intelligence Scale for Children.

0 Comments

You can be the first one to leave a comment.

Laat een reactie achter